De salamander plat het lichaam af en drukt de kop en staart tegen de bodem.
Omdat de salamander wat groter wordt, kan hij ook kleine gewervelden eten, zoals jonge slangen.
De salamander kan ook in tijdelijke wateren en stromend water worden aangetroffen.
De salamanders zijn geschikt als onderzoeksgroep, omdat ze gemakkelijk in leven kunnen worden gehouden.
De salamander is tot maximaal 200 meter van het oppervlaktewater aangetroffen.
De salamander kan door de stekels aan de flanken vast komen te zitten in de keel van een vijand.
De salamanders gebruiken hun staart als balans en als de zwaartekracht wegvalt is een kleinere staart geschikter, wat de kortere staart zou kunnen verklaren.
De salamander leeft op het Iberisch Schiereiland in Spanje en Portugal.
De ribbensalamander is een sterk aan water gebonden soort, die meestal het gehele jaar in het water doorbrengt.
De ribbensalamander heeft een klein verspreidingsgebied en komt alleen voor in zuidwestelijk Europa en een klein deel van Afrika.
De salamander werd onderzocht in verschillende ruimtevaartuigen, vooral voor experimenten over het regeneratief vermogen.
Als de salamander wordt opgepakt zal het dier proberen te bijten, of ook een piepend afweergeluid voortbrengen.
