Met de behandeling van de fysieke wereld onderscheidt de Timaeus zich van de andere dialogen van Plato, omdat Plato nergens anders zo uitgebreid speculeert over de schepping van het universum, de dieren en de mens.
Timaeus begint met een onderscheid te maken tussen de fysieke wereld en de eeuwige wereld.
Timaeus legt vervolgens de schepping van het universum uit, die hij toeschrijft aan een 'goddelijke ambachtsman', de demiurg.
De Timaeus speculeert op de samenstelling van de 4 elementen die volgens de Oude Grieken het universum hadden gevormd: aarde, water, lucht en vuur.
Op de keper beschouwd is Timaeus geen echte dialoog, maar eerder een lange uiteenzetting, een 'exposé', door Timaeus.
In de Timaeus presenteert Plato een nauwgezet uitgewerkt verhaal over het ontstaan van het universum.
In de laatste alinea van de dialoog zegt Timaeus: "We kunnen nu zeggen dat ons gesprek over het heelal ten einde is.
