De dagpauwoog is niet de enige vlinder waarvan de rupsen voornamelijk eten van de brandnetel.
De rupsen van de dagpauwoog zijn gespecialiseerd in het eten van grote brandnetel (Urtica dioica).
Deze poten zijn geelbruin van kleur en ze steken duidelijk af tegen het zwarte lichaam.
Oogvlekken op de vleugels komen overigens bij veel meer soorten vlinders voor, ook bij soorten uit andere families.
De rupsen lijken enigszins op die van de kleine vos en worden ook op dezelfde waardplanten gevonden.
Net als bij andere vlinders bestaat het lichaam uit drie delen en beschikt het dier over twee paar vleugels en drie paar poten.
Ook de rupsen van het landkaartje (Araschnia levana) lijken door hun zwarte lichaam en vertakte stekels sterk op die van de dagpauwoog.
De bovenzijde van de vleugels heeft bonte kleuren terwijl de onderzijde donkerbruin tot zwart van kleur is.
De rupsen hebben net als vlinders verschillende groeistadia die de instars worden genoemd.
De meest geprononceerde uitsteeksels zijn de antennes, die relatief lang en zwart van kleur zijn.
