Maurits was zich ervan bewust dat het Staatse leger niet groot genoeg was om Breda te ontzetten met een grote aanval en koos er daarom voor om te proberen de Spaanse bevoorrading zodanig te belemmeren, dat Spinola het beleg zou moeten opgeven door gebrek aan voedsel.
Het Staatse leger zette koers richting Breda, en Hendrik ging erachteraan.
Op 9 augustus stak een Staats leger bij Nijmegen de Waal over waarop Hendrik van den Bergh met zijn leger richting Venlo trok.
Omdat een groot deel van de Spaanse ruiterij de Poolse prins moest begeleiden, werd er gevreesd voor een aanval van Maurits die op dat moment met het leger bij Made verbleef.
Spanje had de Republiek in de tang van Vlaanderen tot Lingen en om de verdedigingsgordel te kunnen behouden moest het Staatse leger worden versterkt van 30.000 man tot 48.000 man.
Het Staatse leger bestond volgens Pieri toen uit 25.000 man voetvolk en 2.400 ruiters, te weinig voor een frontale aanval.
Breda was een van de sterkste steden in de verdedigingslinie van de Republiek tussen het Staatse Holland en Spaans Brabant.
Toen het Staatse leger van 1 tot 25 oktober bij Made verbleef, werden er eens per vijf dagen uitvallen gedaan, en daarna werd het eens in de vier dagen.
